Schisis-logo

VOEDING

1. INLEIDING

De volgende onderwerpen worden behandeld:

Een zuigeling zuigt; het is zijn lust en zijn leven. Zuigen is een manier om voedsel in te nemen, maar ook een manier om onlustgevoelens te bevredigen. Bovendien is het zuigen het begin van de ontwikkeling tot volwassen mondgedrag: bijten, kauwen, slikken en spreken. Het is dus niet alleen belangrijk dat het kind zijn voedsel binnenkrijgt; ook de manier waarop is belangrijk.

Bij kinderen met een lipspleet of een lip- kaakspleet doen zich bij zuigen en slikken meestal geen moeilijkheden voor. Borstvoeding is vaak mogelijk en flesvoeding geeft meestal weinig problemen. Speciale spenen en fopspenen die de mondspieren op een goede manier stimuleren, hebben een brede onderkant waar de mond zich makkelijk tegenaan kan sluiten.

Is er echter (ook) sprake van een gehemeltespleet, dan kunnen er problemen ontstaan bij het zuigen en slikken. Borstvoeding zal dan meestal niet mogelijk zijn, omdat de baby geen vacuüm kan maken en daardoor onvoldoende zuigkracht kan ontwikkelen.

Het belangrijkste bij het kiezen van een goede houding van het kind is de positie van hoofd en nek. De nek moet lang zijn en het hoofd licht naar voren gebogen. De kans op verslikken is op deze wijze het kleinst en bovendien kan het kind zo zijn mond het beste gebruiken.

We zullen nu de verschillende voedingsmogelijkheden bespreken met tips en adviezen die u hierbij kunnen helpen.

 
2. BORSTVOEDING

Indien de moeder borstvoeding wenst te geven zal zij eerst de "normale" voedingshouding proberen. Als deze "normale" houding niet bevalt of onmogelijk blijkt te zijn, dan kunnen de volgende houdingen misschien uitkomst bieden.

 

borstvoeding-rechtvoor

Het kind zit rechtop op moeders schoot, gesteund door moeders arm. Met de hand van de andere arm masseert de moeder niet alleen haar borst, maar zorgt ze er ook voor dat de tepel goed in de mond van het kind komt en dat de borst de mond goed afsluit.

Borstvoeding ml19
 
 
Borstvoeding ml20 borstvoeding-opzij

Het kind wordt onder een schuine hoek met het lichaam van de moeder onder de oksel en tegen de zijkant van het lichaam aangelegd. De beentjes van het kind gaan naar achteren. De moeder steunt het kind met haar arm die zij rond het middel van de baby houdt. Vanuit deze positie komt het kind met zijn gezicht tegen moeders borst en komt het met zijn mond bij de tepel.

Als de borstvoeding niet lukt, kan dat misschien ook liggen aan de vorm en grootte van de tepel of aan de melkvloed. Massage van de moederborst voor of tijdens de borstvoeding om de melkvloed te stimuleren, wordt door de moeders al vaak zelf toegepast. Als de tepelvorm en de grootte ervan een probleem lijken te zijn, wordt wel eens geëxperimenteerd met kunsttepels (zgn. tepelhoedjes) die op de moederborst worden gezet. Het succes hiervan is wisselend.

Meer informatie over borstvoeding, ook van algemene aard, is te vinden op de speciale websites over dit onderwerp:
Borstvoeding Nederland
www.borstvoeding.nl
Borstvoeding
www.borstvoeding.com

 
3. FLESVOEDING

Bij schisisbaby's is het niet altijd mogelijk om borstvoeding te geven. Dan zal er voor flesvoeding worden gekozen. Meestal is normale flesvoeding niet mogelijk en zal deze moeten worden aangepast om de voeding zo normaal mogelijk te laten verlopen.

Welke aanpassingsmogelijkheden zijn er voor flesvoeding?
A aanpassen van de speen;
B aanpassen van de fles;
C aanpassen van de houding;
D specifieke ondersteuning van het mondgebied.

  A. Aanpassen van de speen
De normale mondmotoriek wordt het beste gestimuleerd met een gewone speen. Bij voorkeur een speen met een brede onderkant waar de mond zich makkelijk tegenaan kan sluiten. Als uw kind niet krachtig genoeg kan zuigen, kunt u het gat van de speen vergroten. De beste methode hiervoor is om met een scherp mesje een sneetje van 2 à 3 mm aan de voor- of zijkant van de speen te maken. U moet het gat echter niet te groot maken, want dan kan de baby zich verslikken.

Welke gewone spenen zijn er?:

Bibi-Nuk speen met brede basis

(Ook kan de Bibi-Nuk papspeen
worden gebruikt, deze heeft een groter gat)

Bibi-Nuk ml21a

Dodi-3-standen speen.
Bij deze drie-standenspeen kunt u het gat vergroten of verkleinen. Het beste resultaat bereikt u door een kruis erin te snijden. De melk sproeit er zo uit en verspreidt zich over de hele tong. Dit gebeurt namelijk niet bij een groot of groter gemaakt gat, waarbij de melk in een straaltje naar de keel gaat. Deze gewone speen is overal verkrijgbaar.
Dodi-3 ml21b

Difrax-speen
Deze speen kan worden gebruikt bij schisisbaby's, waarbij voor de operatie een orthodontisch plaatje de gehemeltespleet afdekt.

Evenflow-speen
Dit is eveneens een gewone speen die voorkomt dat de baby tijdens de voeding teveel lucht naar binnen hapt.

Indien het voeden met een gewone speen niet lukt, zijn er nog een aantal andere, reeds aangepaste spenen beschikbaar.

 

Welke aangepaste spenen zijn er?:
Lammeren- of schapenspeen
Indien het voeden met één van bovenstaande spenen niet lukt, wordt de lammeren- of schapenspeen geadviseerd. In alle andere gevallen wordt deze speen afgeraden.

Hierbij loopt de voeding vrijwel vanzelf achter in de mond. Het kind hoeft hier zelf bijna niets voor te doen en oefent dus ook niet het zuigen en de mondspieren.

Lamspeen ml22b

  B. Aanpassen van de fles
Naast de verschillende spenen zijn ook diverse soorten flessen verkrijgbaar waarmee de voedingsstroom gereguleerd kan worden. Achtereenvolgens onderscheiden we:

1. normale harde fles
2. zachte knijpfles
3. Habermann-feeder

ad.1. normale harde fles
Indien mogelijk adviseren wij de normale, harde fles te gebruiken. Dit betekent dat het kind voldoende druk in de mondholte kan opbouwen om te kunnen zuigen. U kunt het beste een kleine fles gebruiken, omdat die beter te hanteren is.

ad.2. zachte knijpfles
Als het kind hiertoe niet in staat blijkt te zijn, zal er gekozen moeten worden voor de zachte knijpfles. Dit is een zachte plastic fles waarmee men, door er in te knijpen, de voedsel- melkstroom kan reguleren. Het zuigen wordt hierdoor voor het kind makkelijker. (Alleen toepassen als de voeding moeilijk blijft verlopen).

ad.3. Habermann-feeder

Deze fles wordt gebruikt bij onder andere kinderen met het zogenaamde syndroom van Pierre Robin (een combinatie van aangeboren afwijkingen waarbij behalve de gehemeltespleet ook de onderkaak te klein is). Het tepelgedeelte van de speen is uitgevoerd met een spleetvormige opening, waarvan de stand van de opening aangepast kan worden aan de behoefte van de baby. De hoeveelheid te leveren melk wordt aangegeven door drie lijnen op de speen. Wanneer de baby nog aan de speen moet wennen wordt de positie van de kleinste hoeveelheid gebruikt. De spleetvormige opening sluit tussen de zuigbewegingen, zodat de baby de kleinste hoeveelheid melk binnenkrijgt. Als het zuigen niet zo goed verloopt kan men de baby helpen door voorzichtig in de speen te knijpen.
Kijk hier voor informatie over vergoeding door de ziektekostenverzekeraars.

 
  C. Aanpassen van de houding
Om het zuigen te stimuleren worden ook andere houdingen beschreven, bijvoorbeeld de speen in de richting van de wang leggen of iets meer naar achteren op de tong. U moet zelf experimenteren met de beste aanpassing. Het gaat erom dat een zo natuurlijk mogelijke voedingssituatie wordt bereikt. Vaak is alleen een aanpassing van de speen en het flesje onvoldoende om de voeding zonder problemen te laten verlopen en zult u ook de normale voedingshouding moeten wijzigen. In dit geval zijn er de volgende mogelijkheden:

a. nekverlenging
b. flesvoeding op de knie
c. flesvoeding in rechtop houding

ad. a. nekverlenging
Het belangrijkste bij het kiezen van een goede houding van het kind is ook hier weer de positie van hoofd en nek. De nek moet gestrekt zijn en het hoofd licht naar voren gebogen. De kans op verslikken is zo het kleinst en bovendien kan het kind op deze manier de lippen het beste om de speen sluiten.

 

Flesvoeding ml24a ad. b. flesvoeding op de knie

Het kind ligt (op een kussen) op de bovenbenen, de voeten van de moeder rusten op een krukje. De baby ligt met gebogen heupen. Hoofd, schouders en armen liggen naar voren.

 

ad. c. flesvoeding in rechtop houding Flesvoeding ml24b

U dient het hoofd zo goed mogelijk te ondersteunen, terwijl het kind zo rechtop mogelijk op de schoot wordt gehouden. Een voordeel is dan dat de lucht die tijdens het drinken wordt meegezogen gemakkelijker wordt opgeboerd.

Men zal verschillende houdingen moeten proberen, waarin het kind het beste kan zuigen en slikken. Bij veel kinderen met schisis verloopt de voeding in eerste instantie moeizaam. Vaak ontstaan moeilijke situaties waarin ingespannen wordt gezocht naar de beste voedingswijze. Hoe meer ontspannen de moeder zich voelt, des te gemakkelijker zal de voeding verlopen.

Men zal verschillende houdingen moeten proberen, waarin het kind het beste kan zuigen en slikken. Bij veel kinderen met schisis verloopt de voeding in eerste instantie moeizaam. Vaak ontstaan moeilijke situaties waarin ingespannen wordt gezocht naar de beste voedingswijze. Hoe meer ontspannen de moeder zich voelt, des te gemakkelijker zal de voeding verlopen.

  D. Specifieke ondersteuning van het mondgebied
Het zuigen kan wel eens beter lukken door zacht over de lippen te strijken, deze wat dicht te drukken, de wangen in te drukken en met de middelvinger onder de kin een lichte druk naar boven te geven. Het kind kan dan makkelijker vacuüm zuigen. Het zuigen wordt effectiever, dat wil zeggen het kost minder moeite om te zuigen en de kans op lucht slikken en verslikken wordt kleiner.

Ook kan het zijn dat zuigen uit de fles niet lukt. Dan kan in overleg met de behandelend arts vervroegde lepelvoeding overwogen worden.


 
4. LEPELVOEDING

Lepelvoeding ml25a
 
Lepelvoeding
lepelvoeding op schoot
 
lepelvoeding in een stoeltje

 
5. PROBLEMEN TIJDENS DE VOEDING

Indien u voor u en uw kind wat betreft de voeding de beste manier heeft gevonden, kunnen zich toch nog problemen voordoen, zoals:

  • verslikken
  • zuigproblemen (vacuümzuigen)
  • het terugkomen van voedsel via de neus (regurgitatie)
  • luchthappen en boeren
  • vermoeidheid bij het drinken

Verslikken
Een veel voorkomend probleem is het verslikken. In de meeste gevallen komt dit door te grote melktoevoer. Het gat in de speen is dan te groot. Het is dan beter om een speen met een kleiner sneetje of gat te gebruiken. Ook kan een kruis in de speen worden gesneden (met een scherp mesje), om de vloeistof- hoeveelheid beter te doseren.
U kunt het verslikken soms verhelpen door bij het voeden een andere houding te kiezen. Indien het kind zich verslikt, kan men het volgende doen:

  • zacht wrijven op het ruggetje
  • het kind niet te dicht tegen je aanhouden
  • het kind voorover op je bovenbenen leggen en ervoor zorgen dat het vrij kan blijven ademen.
In het uiterste geval kan de voeding wat worden ingedikt met Nutriton.

Zuigproblemen (vacuümzuigen)
Indien het kind zuigproblemen heeft, zal er een keuze worden gemaakt uit onderstaande aanpassingen.

Een eerste mogelijkheid is het gebruik van een orthodontisch plaatje.
Veel schisisbaby's worden vanaf de geboorte (orthodontisch) behandeld door aanmeting van een orthodontisch plaatje dat bevestigd wordt aan de kaakrand. Dit plaatje bedekt het hele harde gehemelte. We onderscheiden korte plaatjes, welke reiken tot het zachte gehemelte en langere plaatjes, welke ook nog het voorste gedeelte van het zachte gehemelte bedekken. Door dit plaatje hoopt men op een betere spontane sluiting van de kaakdelen met een normalere tandboog voor het door te komen gebit. Tevens streeft men naar een goede uitbouw van het harde gehemelte in de breedte. Daarnaast wordt een goede stand van het neustussenschot bevorderd en daardoor onder andere de neusdoorgankelijkheid en neusademhaling. Dankzij dit plaatje kan ook beter druk in de mondholte worden opgebouwd. De voeding verloopt hierdoor over het algemeen gemakkelijker, ook al doen zich nog wel vaak slikproblemen voor. Doordat een deel van de neus-mondholte wordt afgesloten, kan het kind beter zuigen. Het is meestal mogelijk de baby met een gewone speen te voeden.

Er zijn ook andere aanpassingen mogelijk. Aanpassingen van de speen en van het flesje zijn al eerder op deze website besproken, evenals houdingsaanpassingen en specifieke ondersteuning van het mondgebied.

Het terugkomen van voedsel via de neus (regurgitatie)
Zolang er een spleet in het gehemelte zit, is het mogelijk dat er tijdens de voeding wat voedsel door de neus naar buiten komt. Dat ziet er akelig uit, maar is niet erg. Het gaat maar om kleine hoeveelheden. Het is belangrijk dat u de mond na het voeden goed schoonmaakt met water. Als het gehemelte gesloten is, of als uw kind een plaatje heeft, stopt in de meeste gevallen het terugkomen van voedsel door de neus. Indien regurgitatie optreedt, moet men ervoor zorgen dat de voeding niet uit te prikkelende ingrediënten bestaat (bijvoorbeeld sinaasappelsap). Wil men toch een dergelijk fruitsapje geven, dan kan men het eventueel vermengen met melk.

Luchthappen tijdens de voeding en boeren
Als gevolg van het teveel aan happen van lucht tijdens de voeding komt het voedsel vanuit de maag terug naar boven. U moet uw baby dan iets vaker de gelegenheid geven een boertje te laten.

Vermoeidheid bij het drinken
De voeding, dat wil zeggen de periode van het zuigen, mag ongeveer 20 tot 30 minuten duren. Als het langer duurt, is het veelal te vermoeiend voor uw kind. Duurt het korter, dan wordt de zuigbehoefte onvoldoende bevredigd. Dit kunt u opvangen door een speen te geven voor de zuigbehoefte en de tijd tussen de voedingen korter te maken.

 
6. SONDEVOEDING

Voor deze voedingswijze wordt gekozen wanneer het kind helemaal niet in staat is om via aangepaste borst- of flesvoeding voedsel binnen te krijgen. Bij bepaalde aanlegdefecten zoals het syndroom van Pierre Robin kan dit het geval zijn. Verder dient sondevoeding om uitdroging te voorkomen.
In enkele gevallen is voedselopname vlak na de geboorte bij een uitgebreide lip- kaak- gehemeltespleet moeilijk. Tijdelijk wordt dan een sonde geplaatst, totdat een manier is gevonden om het kind via de mond te voeden.

 
7. VAST VOEDSEL

De overgang naar vast voedsel kan gewoon volgens de richtlijnen van het consultatiebureau verlopen. Alle baby's moeten wennen aan het happen van een lepeltje en aan een andere samenstelling van het voedsel. Zo ook uw baby. Geef niet te lang vloeibaar voedsel, maar volg zoveel mogelijk de opbouw en samenstelling van het voedsel zoals ook kinderen zonder schisis dat krijgen. Ook als uw kind een gehemelteplaatje heeft, kan het gewoon leren afhappen en kauwen, evenals drinken uit een bekertje. Dit aanhouden van de normale volgorde is belangrijk, omdat het kind het gemakkelijkst weer iets nieuws leert, als het daar rijp voor is. Dat wil zeggen afhappen van een lepel vanaf de leeftijd van 3 à 4 maanden, drinken uit een bekertje vanaf 6 maanden en kauwen vanaf ongeveer 6 à 8 maanden.

Kauwen op vast voedsel stimuleert de mond. Gebruik niet te lang een tuitbekertje of de fles. Een baby van een jaar kan al uit een gewone beker drinken en dit stimuleert de lippen.
Als uw kind heftig protesteert bij het fruithapje, betekent dit niet dat het niet van een lepeltje kan eten. Het kan ook zijn, dat het de smaak niet lekker vindt. Probeer dan eens een andere samenstelling van de fruithap of een groentehapje.

De mondverzorging is bij kinderen met een schisis extra belangrijk, omdat zich later vaak problemen met de stand van het gebit voordoen (Indien bijvoorbeeld een beugel nodig is, moet het gebit in een goede conditie zijn). Na elke voeding kunt u de mond van de baby met een gaasje (gedrenkt in water) schoonmaken, zodat er geen voeding achterblijft. U kunt de baby ook laten sabbelen op een nat gaasje.
Vanaf de leeftijd van ongeveer 3 maanden kan fluoride worden gegeven. Kinderen van 0 tot 2 jaar 1 tabletje, kinderen van 2 jaar en ouder 2 tabletjes. Er is ook fluoride verkrijgbaar in de vorm van druppels. De druppels of de fijn gemaakte tabletjes kunnen met een slokje water of het fruithapje worden vermengd. Na de doorbraak van de eerste melktand moet u beginnen met tandenpoetsen zonder tandpasta, later met peutertandpasta. U hoeft niet bang te zijn dat daardoor het gehemelte wordt beschadigd.

Baby's houden van zuigen en sabbelen. Ze verkennen voorwerpen niet alleen met hun handen, maar ook met hun mond. Verbiedt dit niet in het eerste jaar. Het hoort erbij, net als duimen. Het ene kind doet dit meer dan het andere. Het duimen kan met een fopspeen misschien worden voorkomen. Kinderen duimen dan minder.
Een fopspeen kan tot het tweede jaar worden gebruikt. Daarna is deze af te raden omdat de mond er lui van kan worden.
Dat zoetigheid slecht is voor het gebit, geldt voor iedereen. Bij kinderen met schisis moet hieraan nog meer aandacht worden besteed, omdat zij later vaak problemen met de stand van het gebit krijgen. Om dit te kunnen behandelen is het van het grootste belang dat het gebit in optimale staat is.
Alle limonadesiropen, ook vruchtensiroop zoals rozebottelsiropen (behalve Roosvicee-dieet), bevatten veel suiker. Het is dan ook beter om - met water verdund - vruchtensap te geven. Als puur vruchtensap via het open gehemelte in de neusholte komt, kan dat nogal prikkelen.
Als aan thee, pap, yoghurt enz. vanaf het begin geen suiker wordt toegevoegd, is het kind aan deze smaak gewend en zal het de suiker niet missen.
Meer over de mondverzorging vindt u in het hoofdstuk behandeling.

 
8. TOT SLOT

Probeer van de voedingstijd een leuk en gezellig moment te maken. Hoe meer ontspannen u zelf bent, des te gemakkelijker zal de voeding gaan.

Als het u niet goed lukt of als u vragen heeft, kunt u hierover kontakt opnemen met de logopediste van het schisisteam.

 

HOME naar begin van pagina print deze blz naar volgende pagina