Nederlandse Vereniging voor Schisis en Craniofaciale Afwijkingen
Nederlandse Vereniging voor Schisis en Craniofaciale Afwijkingen

Gehemelte

Tijdens het schisisspreekuur, waarbij alle specialisten aanwezig zijn, worden de verschillende stappen in het behandelschema met u besproken. Omdat ieder kind verschillend is en zich verschillend ontwikkelt kan ook het behandelschema per kind verschillen. Niet alle behandelingen die verderop op deze site worden besproken, hoeven dus bij uw kind toegepast te worden. De specialist kan ook voor een andere behandelwijze kiezen. Uiteraard bespreken wij dat met u en ook met uw kind wanneer het al ouder is.

Over het uiteindelijke resultaat van de behandeling valt weinig te zeggen, zeker niet op een website. Ieder kind is immers anders, iedere afwijking is anders, maar het belangrijkste is dat alle kinderen zich verschillend ontwikkelen!

Gehemeltesluiting
Voor de ontwikkeling van een goede spraak en gehoor is een goedwerkend zacht gehemelte van groot belang. Het zachte gehemelte wordt meestal gesloten op de leeftijd van 1½ jaar.

Het harde gehemelte wordt meestal later gesloten, omdat we er naar streven dat de beide gehemeltedelen spontaan naar elkaar toe groeien. Een operatie aan het harde gehemelte veroorzaakt veel littekenweefsel bij het botweefsel, waardoor de groei van de kaak kan worden belemmerd. Het tijdstip van sluiten van het harde gehemelte is voor ieder kind anders. Soms gebeurt het als uw kind 5 jaar is. Maar er kan ook worden gewacht tot uw kind 8 jaar of ouder is.

De operatie om het zachte gehemelte te sluiten, duurt ongeveer een uur. De hechtingen die in de mond en de neus worden gebruikt lossen vanzelf op. Het kind heeft op de dag van de operatie een infuus in. De dag na de operatie kan de voeding meestal weer geleidelijk worden opgebouwd. De opname in het ziekenhuis duurt over het algemeen ongeveer een week.

Bij latere controles kijkt de plastisch chirurg nog naar eventuele onregelmatigheden aan de lip. Ook wordt bekeken of het kind al dan niet een afgeplatte neusvleugel aan de kant van de spleet heeft en of het zachte gehemelte goed is gesloten.

Buisjes inbrengen
Hoe wordt de behandeling uitgevoerd?
Onder narcose wordt met behulp van een microscoop door een trechtertje in de gehoorgang een buisje in het trommelvlies geplaatst, na eerst een klein sneetje in het trommelvlies gemaakt te hebben. In het algemeen wordt meteen geprobeerd al zo veel mogelijk vocht via het gaatje uit het middenoor te zuigen, om direct al een gehoorsverbetering te krijgen.

Timing
Een groot deel van de Nederlandse kinderen heeft regelmatig perioden van vocht achter het trommelvlies. Indien dat te lang blijft zitten en er klachten van het gehoor blijven optreden, kunnen trommelvliesbuisjes overwogen worden. Bij kinderen met een (gehemelte)spleet komt dit veel vaker voor, omdat de ventilatie (klaring) van de oren geschiedt door middel van spiertjes die in het zachte gehemelte zitten. Bij een schisis zijn deze vaak niet goed aangelegd. De meerderheid van kinderen met een gehemeltespleet heeft regelmatig trommelvliesbuisjes nodig. In Nederland worden alle kinderen vlak na de geboorte op het gehoor gecontroleerd. Indien daarbij geen goede resultaten gevonden worden, wordt het kind doorverwezen naar een Audiologisch centrum, waar het gehoor verder in kaart gebracht wordt. Indien het gehoor onvoldoende blijkt, kunnen trommelvliesbuisjes overwogen worden. Verder zal de KNO-arts van het schisisteam regelmatig de oren controleren om te beoordelen of er weer vocht achter de trommelvliezen zit en er eventueel buisjes nodig zijn.

Nabezwaren
Na de ingreep mag het kind al weer snel eten en drinken. De volgende dag kan het kind in het algemeen al weer naar school, crèche etc. De eerste 2 weken liefst geen water in het oor.

Complicaties
Direct na de ingreep kan er etterige afscheiding uit het oor komen (loopoor) meestal gaat dit vanzelf over, maar soms zijn antibiotische oordruppels nodig. Ook later kan er soms een loopoor optreden.Er zijn meerdere soorten buisjes. Gemiddeld blijven buisjes een ½ tot 1 jaar op hun plek zitten en worden daarna uitgestoten. Lange termijn buisjes blijven 1-2 jaar zitten, maar geven vaker blijvende gaatjes in het trommelvlies na uitstoten dan de gewone buisjes.

Herstelperiode
Wanneer kun je weer alles (sporten, schoolgaan, eten etc) doen?
Zwemmen, zelfs zonder oordopjes, is meestal goed mogelijk. Wanneer er zich herhaaldelijk na het zwemmen een loopoor voordoet, kunnen zwemdopjes geadviseerd worden.

Duur behandeling
Plaatsen van buisjes zelf duurt 5-10 minuten. Inclusief de narcose meestal 20-30 minuten.

Ziekenhuis duur/verblijf
In het algemeen een paar uur tot een dagdeel. Soms langer als er een bijzondere medische voorgeschiedenis is
Zie ook; www.kno.nl

Schisis en mondverzorging: aanvullende informatie
De volgende onderwerpen worden besproken:
• Mondverzorging
• Tanden poetsen
• Zoet zonder gaatjes
• Plakverklikkers

Mondverzorging
De verzorging van de mond is niet alleen een zaak van het schisisteam. U kunt er ook zelf veel aan doen. Vroege en goede tandverzorging is juist bij kinderen met schisis een bittere noodzaak, vooral als zij een plaatje dragen en later een beugel, waardoor vaak voedsel-resten achterblijven.

Goed onderhoud is van belang voor tandvlees en gebit. Vuistregels hiervoor zijn:

  • goed tanden (laten) poetsen met fluoride tandpasta, al te beginnen bij het melkgebit (altijd goed napoetsen);
  • zo min mogelijk snoep geven, beperk de ‘zoetmomenten’ op een dag;
  • verantwoorde, niet-zoete voeding geven;
  • regelmatig naar de eigen tandarts gaan vanaf tweeëneenhalf jaar ter controle op eventuele gaatjes;
  • eventueel suikerhoudende dranken niet in de fles, maar in een open beker geven;

Tandenpoetsen
Vanaf de tijd dat een baby zijn eerste tanden krijgt, totdat het kind een jaar of vijf is, moeten de ouders minstens tweemaal per dag het gebit poetsen. Kinderen van vijf jaar en ouder zijn meestal slordig met poetsen en slaan veel kiezen en tandvlees over. Het is dan ook verstandig dat de ouders minstens eenmaal per dag het gebit van hun kind napoetsen. Bij een kaakspleet moeten tevens de tanden in de kaakspleet goed schoon gehouden worden. U hoeft niet bang te zijn dat u daardoor het gehemelte beschadigt. U kunt dit napoetsen het beste volhouden tot het kind echt goed zelf kan poetsen zonder moeilijke hoeken over te slaan. Het tanden poetsen gaat het handigst als het hoofd van het kind niet alle kanten uit beweegt: liggend op de aankleedtafel of steunend tegen arm of borst van de ouder.
Sommige kinderen poetsen beter met een electrische tandenborstel en vinden het vaak nog leuk ook.
Poets tanden en kiezen kort na het ontbijt, de lunch en het avondeten en lang voor het slapen gaan.

Zoet zonder gaatjes
De meeste produkten uit de tabel zijn bij de kruidenier of supermarkt te krijgen, ook die uit de eerste kolom (‘niet slecht’). Veel suikervrije artikelen zijn te vinden in de dieethoek voor onder andere diabetici, de vruchtenspread bij de natuurvoeding, zoethout en laurierdrop meestal alleen bij de drogist.
Suikertoevoeging aan pindakaas is afhankelijk van het merk; het staat in het ingrediëntenlijstje op het etiket.
Koekjes, ook suikervrije, zijn in combinatie met suikerhoudende drank eigenlijk nog slechter dan ‘heel slecht’ (kolom 4), omdat dan de suiker met de koek aan het gebit blijft plakken.
Het is beter om een fopspeen te geven dan een zuigfles met inhoud om langdurig op te zuigen. Ook een zuigfles met melk om langdurig op te zuigen, is slecht voor het gebit.

Plakverklikkers
Plakverklikkers of ‘disclosingtablets’ zijn een hulpmiddel om na te gaan of er goed is gepoetst. Dit zijn rode tabletten die na het poetsen goed fijngekauwd moeten worden en door de mond verspreid. De rode kleur hecht zich aan die plekken op tanden en kiezen en op de overgang van gebit naar tandvlees, die nog niet goed schoon zijn, dus waar nog tandplak zit. Bij kleine kinderen is het voor de ouders een handig controlemiddel en bij oudere kinderen en jongeren met beugels voor zichzelf. Plakverklikkers zijn te koop bij de apotheek of drogist.


Spraak en taal
Het spreken
Zowel door een anders gevormde mondholte als door gehoorproblemen kan de spraakklank en de ontwikkeling van het spreken bij een kind met schisis afwijkingen vertonen. Om dit te verhelpen, is soms een operatie nodig. Dit overlegt de specialist met u tijdens het spreekuur. In andere gevallen kan de logopedist(e) veel doen. Maar de belangrijkste bijdrage kunt u zelf leveren.

Leren praten
Het is belangrijk dat uw kind het leuk gaat vinden om te brabbelen en te praten. Dit stimuleert u vanzelf door te reageren op de geluidjes die uw kind maakt. Meestal doen de ouders de geluidjes van hun baby na en dat is goed. Je ziet dan vaak dat de kinderen het nog eens doen. Op deze manier ontstaat een gesprekje in brabbeltaal.

Als uw kind woorden gaat zeggen, is het belangrijk om niet meer de kleutertaal van uw kind te imiteren maar om het juist goed te zeggen. Het kind kan klanken nog niet goed zeggen en is daarmee nog aan het oefenen. Het is nodig dat uw kind het goede voorbeeld veel hoort. Als het kind een woord niet goed kan zeggen, kunt u het op de juiste manier in een eenvoudig zinnetje gebruiken. Dat is prettiger dan het kind te verbeteren of het een woord te laten nazeggen. Het is belangrijk dat de ouders zelf niet te snel praten.

Een kind laat zich niet dwingen tot praten. Laat uw kind dus zelf bepalen of het wel of geen zin heeft om te praten.

Spelletjes en activiteiten die goed zijn voor de spraak- taalontwikkeling:
• samen kinderliedjes zingen
• samen plaatjes kijken, boekjes lezen
• praten over de dingen die u samen doet in huis, op straat, op de fiets, etc. Vertel zelf wat u ziet of doet maar laat uw kind ook veel vertellen en ga daar op in. Het is beter het niet te verbeteren, maar alleen het goede voorbeeld te geven.

Spraakontwikkeling
Iedere taal kent een aantal klanken, die speciaal bij die taal horen. Het leren herkennen en het leren uitspreken van die klanken noemen we spraakontwikkeling. Voor deze ontwikkeling is het belangrijk dat uw kind de spieren van lippen, tong en gehemelte goed kan bewegen èn dat het goed hoort. In de eerste 3 jaar leren kinderen controle te krijgen over de verschillende spieren en leren ze luisteren. Met ongeveer 3 jaar kunnen ze vrijwel alle klanken vormen. Alleen de /s/ en de /r/ vormen vaak een uitzondering. Deze twee klanken hoeft een kind pas met ongeveer 6 jaar goed te kunnen uitspreken.
Tussen hun 3e en 5e jaar leren kinderen de verschillende klanken te gebruiken in woorden. Eerst worden klanken in woorden nog vaak weggelaten of vervangen, bijvoorbeeld: fiets=piets; bloem=boem; kraan=klaan. Ook van twee of drie medeklinkers aan het begin of eind van een woord wordt er vaak eerst maar één uitgesproken, bijvoorbeeld: stoel=toel; vliegtuig=viegtuig. Een 6-jarig kind kan de klanken van een taal goed uitspreken en ze ook in woorden gebruiken.

Taalontwikkeling
Taalontwikkeling is het leren begrijpen van de betekenis van de woorden die het kind hoort. Hierdoor wordt het mogelijk om zelf gedachten en wensen onder woorden te brengen. Taalontwikkeling is dus eigenlijk de manier waarop kinderen woorden en zinnen leren begrijpen en leren uitspreken. Deze ontwikkeling verloopt meestal volgens een vast patroon.
Tussen 1 en 1½ jaar begint het kind de eerste woordjes te zeggen. Deze woordjes worden vaak nog niet goed gevormd, doordat ook de spraakontwikkeling nog in volle gang is. Het kind kan bijvoorbeeld zeggen: taat=staart, of pa-pu=paraplu. Het is normaal dat het spreken soms een beetje neuzig (nasaal) is. Tussen 1½ en 2 jaar beginnen kinderen zinnetjes te maken van 2 woorden. Ook dan worden de woorden nog niet altijd goed gevormd en kan het spreken soms neuzig zijn. Het kind kan bijvoorbeeld zeggen: fieze buite=ik wil buiten fietsen, of kinne boem= de vlinder zit op de bloem.
Tussen 2 en 3 jaar gaan kinderen zinnetjes maken van 3 tot 5 woorden. Wanneer ze naar de kleuterschool gaan, kunnen ze zich vaak al aardig uitdrukken. Ongeveer driekwart van wat uw kind vertelt, is dan ook voor anderen verstaanbaar.


Nasaliteit
Nasaliteit is een verschijnsel waarbij de spraakklanken teveel door de neus klinken (= open nasaliteit). Tijdens het spreken moeten de meeste klanken door de mond worden gevormd. Het zachte gehemelte wordt dan opgetrokken en sluit de mondholte aan de achterzijde af. Slechts bij drie spraakklanken, de /m/, /n/ en /ng/ is deze afsluiting niet noodzakelijk. Deze klanken moeten zelfs door de neus klinken. Door de werking van het zachte gehemelte (optrekken en niet optrekken) kan een onderscheid worden gemaakt tussen orale klanken (waarbij de lucht door de mond gaat) en nasale klanken (waarbij de lucht door de neus gaat).

Spraak- taalontwikkeling en nasaliteit bij schisiskinderen
Bij kinderen met een spleet in de lip of kaak heeft de spleet nauwelijks of geen effect op de spraak- taalontwikkeling van het kind. Nasaliteit komt hierbij dan ook niet voor.
Bij kinderen met een spleet in het zachte gehemelte functioneert vaak het optrekken van het zachte gehemelte niet of onvoldoende. Er kan dus in dit geval geen luchtdruk opgebouwd worden. Orale klanken gaan afwijkend klinken; ze worden nog neuziger of ze worden vervangen door meer naar achter in de mond liggende medeklinkers of glottisslagen (=stembandplofjes). Bijvoorbeeld de /p/ wordt een glottisslag. Deze lijkt op een /p/ maar wordt gemaakt op stembandniveau voordat de lucht ontsnapt via de spleet.
De taalontwikkeling hoeft geen probleem op te leveren, tenzij het kind veel last heeft van middenoorproblematiek. Als het kind daardoor slechter hoort heeft het moeite om woorden en zinnen te begrijpen en te leren uitspreken. Wanneer een kind met schisis minder duidelijk spreekt dan zijn leeftijdgenootjes moet worden onderzocht wat er precies aan de hand is: een spraakprobleem, een taalprobleem, te nasaal spreken of een combinatie van deze problemen.
Het is mogelijk dat deze problemen veroorzaakt worden doordat er een lichamelijke tekortkoming is. Hiervoor worden verschillende onderzoeksmethoden gehanteerd. Tijdens het spreekuur onderzoekt de logopediste met een aantal tests of de spraak- en nasaliteitsproblemen voortkomen uit een lichamelijke tekortkoming. Zij beoordeelt of met behulp van logopedische behandeling een acceptabele spraakontwikkeling mogelijk is. Als dat niet kan is misschien een spraakverbeterende operatie noodzakelijk. Bovendien wordt tijdens het spreekuur door het team in de mond gekeken om de vorm en het optrekken van het zachte gehemelte te beoordelen.
Indien uit deze onderzoeken het vermoeden ontstaat dat spraak- en nasaliteitsproblemen veroorzaakt worden door een niet goed werkend gehemelte, dan wordt meer uitgebreid onderzoek verricht door middel van endoscopie.

Endoscopie
Dit is een onderzoek waarbij de keel-, neus- en oorarts met behulp van een flexibele kijker (doorsnede ± 4 mm) het spraakmechanisme beoordeelt. De neus wordt eerst verdoofd met een spuitbusje met verdovingsvloeistof. Dat is niet pijnlijk, maar smaakt wel bitter. Vervolgens wordt de kijker in de neus ingebracht en wordt het spraakmechanisme beoordeeld. Op deze manier kan de arts een goede indruk krijgen waardoor de open neusspraak wordt veroorzaakt.
Deze onderzoeken kunnen er toe leiden dat de plastisch chirurg een spraakverbeterende operatie uitvoert (een pharynxplastiek).

Pharynxplastiek (spraakverbeterende operatie)
Bij deze operatie wordt uit de achterwand van de keel een stukje slijmvlies gesneden, dat ingehecht wordt in het zachte gehemelte.

.

Eén kant blijft aan de keelwand vastzitten, zodat een vaste verbinding wordt gevormd, met aan weerszijden een opening naar de neusholte.

De ruimte achter in de keelholte is nu verkleind, waardoor de spraakklachten zullen verminderen. Soms zal spraakles nodig zijn om aan de nieuwe situatie te wennen.

De operaties die soms nodig zijn:
Kaakoperaties
Als het gezicht tijdens de puberteit verder uitgroeit wil de bovenkaak of juist de onderkaak nog wel eens wat achterblijven in de groei. Is dit niet met beugels - orthodontie - alleen te corrigeren, dan is het soms nodig dat de kaakchirurg de kaken in de goede stand plaatst.

Verdere wetenswaardigheden:
De kaken en het gebit
Soms zijn er problemen met het aantal of de vorm van de tanden en kiezen of de stand van de kaken. Behandeling door de orthodontist van het schisisteam is dan gewenst.