Nederlandse Vereniging voor Schisis en Craniofaciale Afwijkingen
Nederlandse Vereniging voor Schisis en Craniofaciale Afwijkingen

Lip, kaak

Lipsluiting
Als de baby zich goed ontwikkelt en goed uitgroeit, kunnen de lip en neusbodem al vrij vroeg worden gesloten. Al snel na de geboorte zal bij veel schisisteams begonnen worden met 'tapen' op aanwijzing van de orthodontist. Dit 'tapen' zorgt ervoor dat de lip en onderliggende kaak beter opgelijnd worden om een goede lipcorrectie te kunnen uitvoeren. De lipsluiting gebeurt meestal vanaf de 3e maand als het uitsluitend een lipspleet of een lip- kaakspleet betreft. Het is echter ook mogelijk dat de kinderarts adviseert nog even te wachten met opereren in verband met de groei en de gezondheidstoestand van uw kind.

Bij een dubbelzijdige lipspleet vindt de sluiting soms in twee stappen plaats. Meestal wordt de kant met de grootste spleet het eerst geopereerd. De tweede ingreep aan de andere kant, wordt 6 tot 12 weken na de eerste operatie uitgevoerd.

  Millard ani
voor / na animatie

 

De operatie om de lip te sluiten duurt ongeveer een uur. Na afloop zijn aan de buitenkant zwarte hechtdraadjes te zien. Het kind heeft op de dag van de operatie een infuus in. De dag na de operatie kan de voeding meestal worden hervat. Voor deze operatie wordt het kind maximaal enkele dagen in het ziekenhuis opgenomen. Soms kan de operatie in dag-opname plaatsvinden.Vlak na de operatie is het litteken nog rood en het operatiegebied gezwollen. Dat zal in de loop van een aantal maanden wegtrekken. Het resultaat van de lipsluiting is vaak goed. Soms kan later rond de spleet weefsel in groei achterblijven. Hierdoor is niet met zekerheid te zeggen hoe het eindresultaat er uit zal zien. Soms zijn op oudere leeftijd nog verbeteringen nodig. Men probeert uiteindelijk een resultaat te krijgen, dat zo min mogelijk opvalt.

 

Voorbeeld van voor en na de lipsluting

Voor de lipsluiting Na de lipsluiting
LK voor lkna
bclk incmpl bclk inc na

 

Na de operatie vinden de meeste ouders het kind enorm veranderd. Sommigen moeten toch weer wennen aan het 'nieuwe uiterlijk' van hun kind. Soms is er op latere leeftijd nog een na-correctie door de plastisch chirurg nodig. Dit wordt met u en het kind in het schisisteam waar u bij bekend bent besproken.

 

Afhankelijk van de uitgebreidheid van de lip-kaak schisis (compleet/incompleet) zijn de volgende behandelingen geregeld/soms nodig:

Bot in de kaakspleet aanbrengen
Tussen het 8e en 12e jaar wordt de kaakspleet meestal gesloten en opgevuld met bot. Dit is nodig om de aan de spleet grenzende tanden goed te laten doorbreken en ze eventueel te kunnen verplaatsen naar een betere plek (als ze scheef doorbreken). Ook is het aanbrengen van bot in de kaak nodig om de neusvleugel van binnenuit te ondersteunen. Vaak wordt hiermee al een groot deel van de asymmetrie van de neus -als die er is- gecorrigeerd.

Hoe wordt de behandeling uitgevoerd?
Bot wordt getransplanteerd naar de kaakspleet. Het bottransplantaat wordt meestal uit de bekkenkam gehaald en soms uit de kinregio, van binnenuit. Kunstbot kan nog niet gebruikt worden ter vervanging van bot uit de bekkenkam of kin.

Timing
Preoperatief worden de tanden en kiezen in bijna alle gevallen door de orthodontist voorbereid met een beugel. Enkele weken voor de operatie spreekt u de Mond-, kaak- en aangezichtschirurg (MKA-chirurg) op de polikliniek en worden er foto’s van uw kind gemaakt en wordt de ingreep doorgesproken. U ontvangt een informatiefolder waarin de procedure voor uw kind staat beschreven.
U komt de dag van de operatie met uw kind in het ziekenhuis. De dag na de operatie gaan bijna alle kinderen weer naar huis. Na 1 week is er een controle bij de MKA-chirurg waar, zonodig, de hechtingen verwijderd worden. Dit doet geen pijn bij uw kind.
5 Weken na de operatie wordt u nogmaals gezien op de MKA polikliniek en wordt er een röntgenfoto gemaakt ter controle van het bot.

Nabezwaren
Ter plaatse van de mond geeft de operatie zwelling, maar de pijn valt daar meestal mee. Als het bot uit de bekkenkam gehaald wordt geeft dat de eerste week last met lopen, lachen en niezen bijvoorbeeld. Lopen mag en kan wel direct na de operatie. De pijn is over het algemeen prima onder controle te houden met de pijnstillers die u op recept mee krijgt voor thuis.

Complicaties
Infectie en bloeding zijn altijd risico’s van opereren. Maar die treden gelukkig zelden op. Indien er echter een infectie optreedt bij het getransplanteerde bot, dan kan het bot (deels) verloren gaan. Dit heeft soms tot gevolg dat de operatie opnieuw gedaan moet worden.

Herstelperiode
Wanneer kun je weer alles (sporten, schoolgaan, eten etc) doen?
De week na de operatie kunnen de meeste kinderen weer naar school. Met sport moet, in geval van bot uit de bekkenkam, de eerste twee weken rustig aan gedaan worden.

Duur behandeling
De operatie duurt ongeveer 2 uur.

Ziekenhuis duur/ verblijf
2 dagen, 1 nacht

De orthodontische correctie
Hoe wordt de behandeling uitgevoerd?
De tanden en zo mogelijk de kaken worden recht gezet met behulp van losse uitneembare beugels en/ of vastzittende beugels. Bij uw kind kan het zo zijn dat tijdens de voorbereidingen op het 'inbrengen van bot in de kaakspleet' al gewerkt wordt met een vastzittende beugel. Deze kan dan ook gebruikt worden niet alleen op blijvende tanden en kiezen maar ook op melkelementen. Meestal zullen na het 'bot in de kaakspleet aanbrengen' vastzittende beugels worden gebruikt. Hierbij is de mondhygiene van groot belang.

Timing
Na het bot in de kaakspleet aanbrengen zal de orthodontische behandeling vaak voort worden gezet. Het kan ook zo zijn dat vanwege een trage gebitsontwikkeling een pauze in de orthodontische behandeling wordt genomen. Zodra de orthodontist oordeelt dat de gebitsontwikkeling ver genoeg is, zal de behandeling worden voortgezet. Deze behandeling kan 1,5-3 jaar duren. De orthodontist zal in samenspraak met de MKA-chirurg beoordelen in hoeverre al rekening moet worden gehouden met een eventuele orthodontisch chirurgische behandeling op latere leeftijd wanneer de kaken van uw kind zijn uitgegroeid. Indien er tanden of kiezen niet aangelegd of afwezig zijn is het soms nodig - als het kind nagenoeg volwassen is - om deze te vervangen. Dit gebeurt door de tandarts-prothetist van het team.

Complicaties
Ontkalkingen en wortelverkortingen zijn altijd risico's van een orthodontische behandeling. Ontkalkingen kunnen goed worden tegengegaan door een goede mondhygiene. Het kan zo zijn dat uw orthodontist de mondhygiene onvoldoende vindt, hij/zij kan daarop wijzen omdat er mogelijk zwakkere plekken in het gebit zitten met name in de tanden rondom de schisis. Een overweging kan zijn om in overleg met uw tandarts met regelmaat een mondhygieniste te bezoeken ter ondersteuning van de mondhygiene. Indien tanden over een grote afstand moeten worden verplaatst kan er wortelverkorting optreden.

Nazorg
Aan het einde van de behandeling zullen de beugels verwijderd worden. Er zullen draadspalken achter de voortanden worden geplaatst en voor de bovenkaak zal een losse vasthoudbeugel worden gemaakt. Deze vasthoudbeugel zorgt met name voor het op breedte houden van de bovenkaak. Het is belangrijk het dragen van deze beugel goed vol te houden omdat met name het versmallen van de bovenkaak en daarmee het wederom scheef gaan staan van de voortanden (ondanks de draadspalk) een reeel probleem is. Vaak komt het erop neer dat deze vasthoudbeugel met enige regelmaat `s nachts tot op latere leeftijd nog moet worden gedragen.

De operatieve neuscorrectie
Hoe wordt de behandeling uitgevoerd?
Er zijn meerdere soorten neusoperaties. Zo kunnen er operaties plaatsvinden voor neusschelpcorrecties, neustussenschotoperaties, totale in- en uitwendige neuscorrecties , neusvleugelcorrecties en neustipcorrecties. De klachten kunnen zowel het uiterlijk betreffen (esthetiek), maar ook de functie (neuspassageklachten). Bij schisispatiënten kan de neus een ernstige aanlegstoornis vertonen en kan de neuscorrectie soms erg moeilijk zijn.
Kleine neuscorrecties kunnen meestal onder locale verdoving plaatsvinden, maar meestal geven mensen er de voorkeur aan om onder algehele narcose geopereerd te worden.
Grotere operaties vinden altijd onder algehele anaesthesie plaats. De neus zal in het algemeen via een klein sneetje aan de onderkant geopereerd worden. Het littekentje dat daardoor ontstaat is na een paar maanden amper meer zichtbaar. Vaak zullen er tampons in de neus geplaatst worden om de neus van binnen uit te ondersteunen en om bloedingen te voorkomen. Deze tampons worden na een paar dagen door de chirurg verwijderd.

Timing
Neusoperaties worden meestal pas verricht wanneer de patiënt (en ook diens neus) uitgegroeid is, om heroperaties te voorkomen wanneer de neus later weer opnieuw scheef gegroeid zou zijn.
Wanneer er nog bovenkaaksoperaties verricht moeten worden, zal de neus in het algemeen pas daarna geopereerd worden.

Duur behandeling
De operatie duurt meestal 1-3 uur.

Ziekenhuis duur/verblijf
1-3 dagen

Zie ook: www.kno.nl