Nederlandse Vereniging voor Schisis en Craniofaciale Afwijkingen
Nederlandse Vereniging voor Schisis en Craniofaciale Afwijkingen

Lip, kaak

De voeding
Een zuigeling zuigt: het is zijn lust en zijn leven. Zuigen is een manier om voedsel in te nemen, maar ook een manier om onlustgevoelens te bevredigen. Bovendien is het zuigen de beginfase van de ontwikkeling tot volwassen mondgedrag: bijten, kauwen, slikken en spreken. Het is dus niet alleen belangrijk dat het kind zijn voedsel binnenkrijgt; ook de manier waarop is belangrijk.

Bij kinderen met een lipspleet of een lip-kaakspleet doen zich wat betreft het zuigen en slikken meestal geen moeilijkheden voor, zodat borstvoeding vaak wel mogelijk is en flesvoeding meestal weinig problemen geeft.

De overgang van borst-/flesvoeding naar lepelvoeding verloopt bij een kind met schisis in principe op dezelfde manier en op hetzelfde moment als bij een kind zonder schisis. Het zal mogelijk wat meer tijd en aandacht vragen.

Rond de leeftijd van acht maanden gaan baby's kauwen en kunnen er dus andere voedings-samenstellingen gegeven worden. Op de leeftijd van een jaar kan een kind uit een gewone beker leren drinken.

De mondverzorging
De mondverzorging is bij kinderen met schisis extra belangrijk. Na elke voeding kunt U de mond van de baby met een beetje water (eventueel met wat zout er in opgelost) schoonmaken, zodat er geen voeding achterblijft.

Baby's houden van zuigen en sabbelen. Ze verkennen voorwerpen niet alleen met hun handen, maar ook met hun mond. Verbied dit niet in het eerste levensjaar. Het hoort erbij, net als duimen. Het ene kind doet dit meer dan het andere. Het duimen kan met een fopspeen misschien worden ondervangen. Kinderen duimen dan minder. Bovendien is het sabbelen op een fopspeen later beter af te leren dan het duimen. Een fopspeen kan tot het tweede à derde levensjaar gebruikt worden. Daarna is het aan te raden de fopspeen alleen 's nachts te laten gebruiken, zodat u het kunt afbouwen. 's Nachts kan de fopspeen dan nog gebruikt worden om 'tot rust te komen'. Beter is nog om de fopspeen te vervangen door een knuffel als uw kind 'troost' nodig heeft.

Dat zoetigheid slecht is voor het gebit, geldt voor iedereen. Bij kinderen met schisis moet hieraan nog meer aandacht worden besteed, omdat zich bij hen later vaak problemen met de stand van het gebit voordoen. Voor de orthodontische behandeling daarvan is het van het grootste belang dat het gebit in optimale staat is.

Alle limonadesiropen, ook yoghurtdranken met vruchtensmaak en vruchtensiroop zoals de rozebottelsiropen (behalve Roosvicee-dieet), bevatten veel suiker. Het is dan ook beter om - met water verdund - vruchtensap te geven.
Als vanaf het begin aan thee, pap, yoghurt en dergelijke geen suiker wordt toegevoegd, is het kind aan deze smaak gewend en zal het de suiker niet missen.

In 1998 publiceerde het Ivoren Kruis een herzien advies voor de toepassing van fluoride ter preventie van tandbederf. Het belangrijkste van dit advies is het gebruik van (gefluorideerde) peutertandpasta vanaf het eerste tandje tot vijfjarige leeftijd. Vanaf het vijfde levensjaar wordt het gebruik van 'gewone' fluoridetandpasta aanbevolen. Hieronder volgt het advies:

0 t/m 1 jaar: Vanaf de doorbraak van het eerste tandje één keer per dag poetsen met fluoride-peutertandpasta (met 500-750 ppm fluoride).

2, 3 en 4 jaar: Twee keer per dag poetsen met fluoride-peutertandpasta (met 500-750 ppm fluoride).

5 jaar en ouder: Twee keer per dag poetsen met gewone fluoride-tandpasta (met 1.000-1.500 ppm fluoride).

Voor alle leeftijden geldt: extra maatregelen op individueel advies van de consultatiebureau-arts, tandarts of mondhygiënist zijn mogelijk. In het huidige fluoride-basisadvies komen geen fluoridetabletjes meer voor. Deze worden alleen nog op indicatie geadviseerd.